Stel je twee trainers voor. Allebei hebben ze evenveel kennis, evenveel ervaring en een cursus van vergelijkbare kwaliteit. De ene verkoopt via een grote marktplaats. De andere bouwt zijn eigen, onafhankelijke cursusomgeving. Uit een dataonderzoek onder meer dan 32.000 cursussen blijkt dat de eerste trainer gemiddeld 3.300 dollar per jaar verdient. De tweede verdient gemiddeld 37.000 dollar.[1] Zelfde vak, zelfde moeite, ruim tien keer zoveel inkomen.
Dat verschil zit niet in de kwaliteit van de cursus. Het zit in waar en hoe je verkoopt. En dat is precies waarom dit een goed moment is om kritisch te kijken naar de plek waar jouw cursus nu staat.
Twee markten die toevallig dezelfde naam delen
De markt voor online cursussen lijkt één geheel, maar is in werkelijkheid in tweeën gesplitst, en die twee helften werken volgens heel andere regels.
Aan de ene kant heb je de marktplaatsen: grote platforms vol miljoenen cursussen van tien tot vijftig dollar, waar de concurrentie vooral op prijs draait. Voltooiingspercentages liggen daar tussen de 3 en 15 procent, met een mediaan van rond de 13 procent.[1] De meeste mensen die zich inschrijven, maken de cursus dus nooit af.
Aan de andere kant staat de groep zelfstandige aanbieders die hun cursus via een eigen platform verkopen, vaak met begeleiding, gemeenschap of een vast lesschema erbij. Hier liggen de prijzen tussen de 100 en 500 dollar of meer, en de voltooiingspercentages tussen 65 en 96 procent.[1]
Dat is geen klein verschil. Het zijn twee verschillende businessmodellen die toevallig allebei "online cursus" heten. De ene verkoopt toegang tot informatie. De andere verkoopt een resultaat.
Waarom de marktplaats jouw prijs bepaalt, niet jij
Op een marktplaats lever je meer in dan alleen een commissie. Je levert ook de controle over je prijs in. Grote marktplaatsen draaien voortdurend kortingsacties waarbij jouw cursus voor tien dollar wordt weggezet, en houden daarnaast tot 63 procent van de omzet uit organische verkoop in voor zichzelf.[1] Jij bepaalt dan niet meer wat je cursus waard is. Het algoritme en de promotiekalender van het platform doen dat.
Dat verklaart een groot deel van het inkomensverschil. Wie zijn cursus op een eigen platform verkoopt, bepaalt zelf de prijs, behoudt het volledige bedrag (op transactiekosten na) en bouwt een directe relatie op met de cursist. Wie op een marktplaats verkoopt, is afhankelijk van wat het platform die week toevallig promoot.
Wat eigenaarschap in de praktijk betekent
Je hoeft niet meteen je hele aanbod te verhuizen om hiervan te profiteren. Het gaat om een paar concrete knoppen die je nu al kunt controleren, op welk platform je ook werkt.
Heb je rechtstreeks toegang tot de e-mailadressen van je cursisten, of moet dat altijd via het platform? Kun je je lijst exporteren als je ooit wilt overstappen? Bepaal jij de prijs, of bepaalt het platform die voor je via kortingsacties? Staat jouw naam en merk op de verkooppagina, of vooral het logo van het platform?
Hoe meer van die vragen je met "ik" kunt beantwoorden in plaats van "het platform", hoe groter de kans dat je op de lange termijn meer overhoudt aan je werk. Dit heet in de cijfers ook wel digitale soevereiniteit: niet alles zelf bouwen, maar wel zelf bepalen wie toegang heeft tot je cursisten, je data en je prijs.
Wat cursisten echt willen betalen
Een tweede les uit hetzelfde onderzoek: de prijs die mensen willen betalen hangt sterk af van het soort transformatie dat je belooft, niet van de hoeveelheid video die erin zit.
Uit een analyse van meer dan 72.000 betaalde prijsopties op een groot cursusplatform kwamen deze mediaanprijzen per onderwerp naar boven.[1]
- Coaching en consulting: 531 dollar
- Gezondheid en welzijn: 299 dollar
- Business en marketing: 247 dollar
- Kunst en creativiteit: 97 dollar
- Schrijven: 70 dollar
Coaching scoort vijf keer zo hoog als de platformbrede mediaan van 110 dollar, simpelweg omdat het persoonlijk is: cursisten betalen voor begeleiding naar een resultaat, niet voor losse informatie. Twijfel je of jouw cursus te duur geprijsd is? Dan is de vraag niet hoeveel inhoud erin zit, maar hoeveel begeleiding, gemeenschap of certificering de cursist erbij krijgt.
Waarom gemeenschap en een vast ritme de uitkomst versterken
De hogere voltooiingspercentages in het premium segment komen niet uit het niets. Cursussen met actieve interactie tussen cursisten halen 65,5 procent voltooiing, tegenover 42,6 procent voor cursussen zonder die interactie.[1] Vaste lesmomenten en een groep die samen door de stof gaat, versterken dat effect nog verder.
Een cursus met begeleiding en interactie is dus niet toevallig duurder. Prijs en uitkomst hangen aan elkaar vast: cursisten die zich gezien en begeleid voelen, maken vaker af waar ze aan begonnen zijn, en zijn vaker bereid om voor die ervaring te betalen.
Wat je hiermee kunt doen
Je hoeft geen marketingbureau of dataspecialist te zijn om dit toe te passen. Begin deze maand met drie dingen.
Check eerst of je toegang hebt tot de gegevens van je cursisten buiten het platform om, en exporteer die lijst als test. Kijk vervolgens kritisch naar je prijs: weerspiegelt die de begeleiding en het resultaat dat je biedt, of houd je hem laag omdat je dacht dat cursisten anders niet zouden boeken? En overweeg, als je dat nog niet doet, om een vorm van interactie toe te voegen aan je cursus, ook als dat maar een groepsmoment per maand is.
Je cursus wordt er niet per se beter van. Maar de kans dat hij ook echt wordt afgemaakt, en dat jij er een eerlijk deel van de waarde voor terugkrijgt, wordt een stuk groter.
Bronnen
- Ruzuku, *The state of online courses in 2026: market data, trends & creator revenue* (mei 2026), met onderliggende cijfers van Statista Digital Market Insights en het World Economic Forum Future of Jobs Report 2025. https://www.ruzuku.com/learn/articles/state-of-online-courses-2026